lichtehuisjes

Verliesbegeleiding

Mountain View

Category: Schrijven

Geen pijn op aarde, die de hemel niet heelt

Geen pijn op aarde, die de hemel niet heelt

Midden in de poolnacht, waarin het altijd koud en altijd donker is, stond de pinguin op een klein heuveltje van ijs. Soms was hij vrolijk, soms was hij verdrietig en altijd was hij alleen.
Als hij verdrietig was zei hij hardop: ‘Nu ben ik verdrietig,’en begon hij te huilen. Tranen stroomden uit zijn ogen, bevroren halverwege zijn wangen, vielen op de grond en stuiterden op. Als hij was uitgehuild bekeek hij zijn tranen. ‘Nou, ik was behoorlijk verdrietig, vandaag,’ zei hij, als hij weer eens erg verdrietig was geweest. Dan schudde hij zijn hoofd, raapte zijn tranen op en legde ze op een berg, niet ver van het heuveltje waarop hij meestal stond.
Hij noemde die berg: de berg van verdriet. De berg werd steeds groter, want er kwamen alleen maar tranen bij, er gingen nooit tranen af.

Maar midden in de winter was hij soms zó vrolijk dat hij boven op de berg klom en zich naar beneden liet glijden.
‘Hola!’ riep hij dan uitgelaten, terwijl zijn oude tranen afbrokkelden en voor hem uit naar beneden rolden.
Wat ben ik eigenlijk het meest? Vroeg hij zich wel eens af. Verdrietig of vrolijk?
Hij wist dat niet en hij wist ook niet hoe hij daarachter kon komen. Een heel enkele keer, misschien maar één keer per jaar, was hij allebei tegelijk.
Dan huilde hij vrolijk en keek tevreden door zijn tranen heen.
Vreemd, vreemd… dacht hij dan. Maar alles was vreemd, wist hij, en dus was vreemd het gewoonste wat er bestond.
(Toon Tellegen, ‘Houd moed’)
Er zijn ontelbare boeken geschreven over God en de zin van het lijden.
En toch, wil ik in een paar woorden proberen te beschrijven wat voor nut het kan hebben om te geloven dat Jezus alle macht heeft.
Ik wil proberen in woorden te vangen, hoe Jezus naast mij stond, ook al ging ik door enorm diepe dalen; ook al heb ik op verschillende dagen nog steeds verdriet; zelfs al ga ik soms nog steeds de verkeerde kant op.

En dit is ontzettend moeilijk.
Hoe kan ik woorden vinden om jou te vertellen dat wanneer Jezus bij je is, jij jezelf ‘ánders’ verdrietig voelt?
Hoe moet ik tegen jou vertellen dat Jezus écht alle macht heeft, terwijl ik zelf ook nog zo vaak aan het vechten ben tegen mijn ongeloof?
De enige manier waarop ik dit kan doen is weer terug te duiken in mijn kwetsbaarheid.
En vanuit mijn zwakte vertellen hoe groot mijn Koning is.
Hij neemt verdriet om onze dierbare doden niet weg.
Hij neemt niet altijd onze ziekte weg.
Hij zorgt er vaak niet eens voor dat de pesters op school de volgende dag stoppen.

Verdriet kan hetzelfde gevoel geven als angst.
Hetzelfde zenuwachtige gevoel in je maag, dezelfde rusteloosheid, de constante behoefte om te geeuwen. Wij als mensen kunnen niet werkelijk iemands verdriet, angst of pijn delen. Hoe graag we ook willen. Het allerliefst zou ik jullie alle pijn en verdriet besparen, jou persoonlijk willen omarmen en je vertellen dat jouw angst vandaag nog stopt.
Maar dat vertel ik niet. Ik wil jou geen goedkoop geloof voorhouden.
Ons aardse verdriet stopt namelijk niet zomaar.

Wat heeft het dan voor nut om in die Jezus te geloven?
Het heeft simpelweg nut, omdat Hij aan het kruis heeft gehangen en op dat moment ongelooflijk intens heeft gevoeld hoe het is om angstig, verdrietig en verlaten tegelijk te zijn.
Hij schreeuwde vanuit Zijn tenen: ‘mijn God, waarom hebt U mij alleen gelaten’?
‘Mijn God’ – een enorme afstand tussen een vader en een zoon. Alsof jij tegen je aardse vader of moeder vandaag ‘meneer’ en ‘mevrouw’ zou zeggen.
Op dat moment voelde hij zijn Vader niet als Vader, maar als een God, die er niet is – terwijl Hij juist zo ontzettend nodig is. Niet een minuut later, niet vijf minuten eerder; maar gewoon, precies op dat moment.

Maar juist daarom – omdat Jezus dat heeft gevoeld, omdat die Redder dat schreeuwde, mogen wij nu iedere dag fluisteren: Papa, blijf alsjeblieft dicht bij mij.
Jezus was alleen. Wij zijn nóóit hélemaal alleen.
Jezus had verdriet. Wij mogen ook verdriet hebben.
Jezus huilde. Alsjeblieft, huil ook jouw tranen over jouw aards verdriet.
Jezus overwon de dood! Lieve mensen – Hij overwon zelfs al jouw verdriet, jouw ziekte, jouw gemis.

“Kom hier met je tranen, hoe verdwaald je ook bent:
je hart is gebroken maar je redding begint.
Hier is hoop als je hoop zoekt, verdwaald en vervreemd.
Rust is te vinden, al lijkt alles te veel:
geen pijn op de aarde die de hemel niet heelt.
Hier is genade, kom hier en kniel neer:
geen pijn op de aarde die de hemel niet heelt.”

En néé, daardoor verklein ik niet jouw verdriet, daarmee verstop ik niet jouw eenzaamheid, daarmee bagatelliseer ik niet jouw pijn.
Ik maak het juist levensecht.
Je hebt verdriet.
Ik voel me regelmatig eenzaam.
We hebben nog zo vaak pijn – om onszelf of om een ander.

Jezus neemt niet jouw verdriet weg; ik maak jouw verdriet niet minder echt.
Maar ik geloof wel in een levensechte Persoonlijkheid, die zo diep is gegaan – dat hij overal is, waar jij op dit moment ook bent. Of wat je in de toekomst nog mee gaat maken.
Hij vangt je op, wanneer je valt. En laat je nooit, nooit, echt helemaal nooit los.

Lof en dankbaarheid voor God, onze Vader.
Hij was er toen mijn moed en krachten het lieten afweten.
Hij zal ook altijd blijven, omdat Zijn naam is: ‘IK ZAL ER ZIJN’.

Naast de ander staan

Naast de ander staan

Wish I could see it, not only feel it.
It’s on the inside – it’s on the inside.
I’m only human.

Wish I was bleeding, then you could see it.
But it’s on the inside – it’s on the inside
I’m only human.
(Maria Mena)
—————————————————————————————

Wat kan het soms moeilijk zijn om iemand te zien met grote pijn en immens verdriet. Je kunt in de ogen kijken van een jongere, die volzit met verlies en rouw. Je ziet wanhoop en verdriet. Je wilt zo graag het verdriet verzachten, maar ten diepste weet je niet hoe je dit kunt doen. Hoe kun je iemand troost geven bij zo’n groot verdriet? Woorden blijven in je keel steken, omdat niets in de buurt komt van de sterke emotie die je ziet. Soms is het verdriet té groot om er de juiste woorden voor te vinden. Hoe kun je dan de anderen in hun verdriet troosten en nabij zijn?
In deze blog een aantal handvatten om begripvol te zijn en te houden van de jongeren zoals ze zijn.

  1. Dring jezelf niet op

Dring jezelf niet op bij iemand die vol verdriet is. Dat maakt hen juist opstandig en zorgt ervoor dat ze zich afsluiten. Laat de ander maar af en toe weten dat ze welkom zijn, zoals ze zijn en met welk verdriet of angst ze nog te dealen hebben. Dat is genoeg.

  1. Blijf bij jezelf

Het gaat er bij troosten om dat je jezelf bent. Luister naar het verdriet van de ander, omdat je ook echt wilt luisteren en omdat je om de ander geeft. Niet omdat je er zelf belangrijker door wilt worden.

 

  1. Schep ruimte
    Schep ruimte voor ontmoetingen, zodat je elkaar kunt ontmoeten. Het is belangrijk dat de persoon met verdriet mag wennen aan mensen die er voor hem of haar zijn. Het is geen losstaand doel om de ander aan het praten te krijgen over de pijn die in hen zit. Zet je huis open, laat hen voelen dat ze zich ergens thuis mogen voelen en een plekje hebben waar ze zichzelf mogen zijn.
  2. Luister zonder te oordelen
    Als de jongeren (maar ook met volwassenen werkt het zeker zo!) zich thuis voelen, zullen ze beginnen te praten, wanneer zij dat willen. Luister dan en laat de woordenstroom eruit komen. Volg de pijn en het verdriet in hun woorden.
    Dat zal niet altijd duidelijke pijn, verdriet of angst zijn. Vaak is het een gevoel dat iemand onder woorden wilt brengen. En hoe moeilijk is het om gevoelens in woorden uit te drukken? Vaak dekken woorden niet de hele lading.
    Zoals het Maria Mena schrijft in haar lied – het zit aan de binnenkant, je kan het niet zien.
  3. Wees geduldig
    Wacht maar totdat iemand jou het vertrouwen schenkt en begint met praten. Het ontvangen van vertrouwen is zoveel mooier dan het verdriet met veel kracht uit de jongeren te persen. Sta naast hen en leef van dichtbij met hen mee.
  4. Toon meeleven, geen medelijden
    Meeleven is anders dan medelijden. Medelijden heeft iets zwaks en maakt een krachtig iemand tot een slachtoffer. Medelijden zorgt ervoor dat jij hard gaat werken, om de pijn misschien over te nemen. Een slachtoffer kan zijn pijn niet zelf dragen. Meeleven zorgt ervoor dat je luistert, het oprecht erg vindt en de ander verder helpt om te groeien uit de pijn. Meeleven maakt iemand zelfstandig, een overlever; iemand die zelf leert te leven met het verdriet.

En dan nog blijft het iedere keer weer zoeken met je hart: hoe kan ik naast de ander staan. Wat wilt de ander? Wees niet bang om iets verkeerd te doen, maar vertel maar – liever te veel dan te weinig – dat je veel om de ander geeft. Een hart vol van angst en vol met verdriet, vergeet vaak dat er mensen zijn die oprecht om hem/haar geeft.

Heb maar geduld.
Wees maar eerlijk.
En laat bovenal jouw eigen hart spreken.

 

Het hart in de fles

Je hart beschermen tegen verlies. Kan dat? Laurina neemt je mee in het verhaal van een jong meisje, haar eigen verhaal én dat van jou.

‘Er was eens een doodgewoon meisje. Op een dag gebeurt er iets wat haar verdrietig maakte. Dus stopt ze haar hart in een fles en hangt ze de fles om haar hals. Maar daarna lijken de dingen leger dan ze geweest waren. Weet zij hoe en wanneer ze haar hart terug moet krijgen?’

Bescherming tegen verlies
Bovenstaand citaat is de samenvatting van het boek Het hart in de fles van Oliver Jeffers. Een prentenboek dat gaat over een jong meisje die het fijn vindt om de wereld te ontdekken. Alle vragen die ze heeft, stelt ze aan een oudere man in een stoel. Maar op een dag is de stoel leeg. De oudere man is er niet meer. Dat verlies maakt haar zo verdrietig, dat ze vanaf dat moment besluit om haar hart in een fles te stoppen. Zo kan ze haar hart beter beschermen. Denkt ze.

Ze heeft het mis. Haar leven lijkt leger. Haar leven voelt leger. Dat ‘leger voelen’ kan je op veel verschillende manieren ervaren: je voelt je niet compleet, je hebt steeds het idee dat je iets mist. Je ervaart een diepe onrust in je lijf, alsof je constant zenuwachtig bent voor iets – maar je weet niet eens waarvoor. Je voelt niet alleen verdriet, maar ook intense wanhoop; waar moet je heen?
Je hebt zoveel vragen, de wereld lijkt soms te zwaar voor jou als mens.

Vluchten lukte niet
Ik heb geschreeuwd van pijn en boosheid. De machteloosheid overheerste toen ik het besefte; ik ben alleen. Er waren dagen dat de duisternis over me heen overheerste. Ik voelde geen vaste grond meer onder me, maar zwierf in alle onrust door de dag heen. Maar welke kant ik ook op bewoog: telkens nam ik mezelf weer mee en lukte het niet om te vluchten voor de zenuwen, angst en onrust. Ik heb geprobeerd om mijn hart te verstoppen, maar telkens kwam mijn hart weer bij mij terug. Het hart klopte niet, zonder mij. Ik leefde niet, zonder mijn hart.

Maar ook nu – jaren later – kan het nog gebeuren dat ik me ‘leeg’ voel. Dat er een niet te duiden onrust in me zit, die zich langzaam maar zeker door mijn hele lijf heen beweegt. Dan voel ik mijn hart kloppen in mijn keel, terwijl ik niet direct verdrietig ben. Of ik voel me verdrietig, terwijl ik niet echt een reden heb om tranen te laten. Op die momenten lukt het me niet altijd om vrolijk en opgewekt mijn dingen te doen. Daardoor weet ik dat ik dealen moet met een hart dat blijvend een plekje zoekt in dit leven. Ik ben die dagen kwetsbaarder en zoek meer contact met mensen om me heen. De ene keer op de volwassen manier; benoemend dat ik dealen moet met een onrustig hart. De andere keer ook nog wel eens op ‘de-verlaten-Laurina-manier’; telkens controlerend of de ander mij nog wel ziet en niet vergeten is.

Verstoppen of voelen
Je kunt op twee manieren omgaan met de sterke emoties die door je lijf stromen. Aan de ene kant kun je proberen ze sterk onder controle te houden, weg te drukken en te verbergen voor anderen. Dit kan soms gezond en zinvol zijn. Het vermijden van te veel pijn kan helpen om de situatie draaglijk te houden. Maar het voortdurend blokkeren kan je lijden echter eerder versterken dan verzachten.

Een andere manier van omgaan met sterke emoties is het durven voelen ervan. Je emoties laten stromen, ze durven uiten als je alleen bent of bij anderen. Je hart laten zien. Praten over wat je bezighoudt, het spreken over de intense emoties die door je heen kunnen gaan, kan een risico met zich meebrengen. Mensen kunnen je afwijzen, omdat ze je niet begrijpen. Ik zou je voor de gek houden als ik zeg dat dit niet zal gebeuren. Het gaat gebeuren. Maar tegelijkertijd schep je meer ruimte in bestaande relaties door open eerlijk te zijn over de rollercoaster in jouw binnenste. Leer maar omgaan met het feit dat er tussen jouw relaties ook blijvertjes zijn. Ik noemde het vorige week al een keer; er zijn mensen in jouw omgeving die onvoorwaardelijk van je houden en altijd naast je zullen staan. Zij gaan niet weg.

Breek de fles met daarin je hart maar open, het klaart de lucht.

Laurina de Visser

Niets aan de hand, toch?

Laurina de Visser werd op haar achttiende wees. Ze schreef een boek over omgaan met verlies. De komende tijd zal ze voor BEAM een aantal artikelen schrijven over pijn, verlies en verdriet.

“Ik heb nooit pijn,” zei de mier plotseling.
Het werd heel stil. Iedereen keek de mier met grote ogen aan.
“Pijn is onzin,” zei de mier.
De eekhoorn dacht aan de pijn die hij soms binnen in zich voelde – hij wist nooit precies waar.
Het was een verdrietige pijn, vond hij. Zou die pijn dan ook onzin zijn?
(Toon Tellegen, uit: ‘Bijna iedereen kon omvallen’)

Je bent jong en het leven lacht je toe. Een zin die vaak geroepen wordt. Als je jong bent heb je namelijk nog een heel leven voor je, waarin je veel dromen waarmaakt en vast en zeker veel hilarische momenten beleeft. Maar hoe zit dat, wanneer je jong bent en het leven je wel toelacht, maar jij niet mee kunt lachen? Het is niet vanzelfsprekend dat je leven altijd maar leuk is. Het gaat niet altijd vanzelf; volwassen worden. Pijn is geen onzin, maar werkelijkheid.

Ik ben Laurina de Visser en werd op mijn achttiende wees. Mijn ouders overleden allebei aan kanker. Mijn vader toen ik zeventien was, mijn moeder toen ik achttien was. Het leven lachte me toe, want studeren was een eitje voor me; ik maakte makkelijk vrienden; om de zoveel tijd was ik weer eens verliefd en op mijn gezicht was een blijde lach geplakt.  Maar ik lachte in werkelijkheid helemaal niet mee. Ik was angstig, verdrietig en verward door de ziekte, dood en het missen van mijn ouders. Mijn hart huilde. Constant. En tóch zag de buitenwereld een vrolijke Laurina. Ik kon niet anders. Het enige wat ik kon doen was mijn schouders eronder zetten en doorgaan. Doorgaan met studeren, doorgaan met lachen, doorgaan met leven, doorgaan met mensen geruststellen en dus uitstralen: ik red mezelf wel.

En nu zeven jaar later heb ik een boek geschreven: ‘Niets aan de hand, toch?’. Een boek dat jou kan leren om te leren leven met verlies. Dit boek is geen oplossing voor jouw verdriet. Geen uitgestippelde route die je kunt volgen. Jouw verdriet is jouw verdriet. Uniek en kostbaar. Maar ‘Niets aan de hand, toch?’ is wel een eerlijk en menselijk verhaal om je te steunen, om je te laten ervaren dat je op jouw manier goed bezig bent. Dat doe ik onder andere door mijn persoonlijke verhaal te vertellen en door theorie over pijn en verlies te beschrijven. Door mijn worstelingen heen wil ik je laten zien en doen ervaren dat er hoop is. Als een vuurtoren die zijn licht al knipperend laat schijnen over jouw route. Licht dat je meer zicht geeft op de hoop die achter jouw verdriet kan schuilen.

De komende tijd zal ik voor BEAM een aantal artikelen schrijven over pijn, verlies en verdriet. Dat zal gaan over dood, ziekte, scheiding, pesten, homoseksualiteit, controledrang, hoop hebben en natuurlijk ook de vraag waar Jezus nou is, als jij niet met het leven meelacht. Misschien heb jij zelf wel vragen die gaan over pijn, verlies en verdriet.

Onthoud voor nu alvast maar één ding: De pijn, het verlies of het verdriet is geen baas over jou. Jij kan de baas zijn over de pijn, het verlies of het verdriet.

Laurina de Visser

Liefde en verlies

Februari was een maand waarin carnaval centraal stond. Bij uitstek de reden voor volwassenen om ‘te worden als een kind’ en verkleed de straat op te gaan. De maand waarin ook de lijdenstijd van onze Jezus begon. De periode om stil te staan bij de vraag: wat heb ik aan overdaad in mijn leven?

Niet raar dat carnaval en de vastentijd op elkaar volgen: eerst alles eruit wat je aan extremiteit in je hebt om daarna terug te kruipen in je levenscocon.

Veertig dagen de tijd om een kijkje te nemen in je eigen ziel.

Ik heb in februari de keuze gemaakt om lief te hebben. Die beslissing kwam niet zozeer op 14 februari, maar gewoon, ergens op een willekeurige dag. Soms ging dat automatisch, gaf ik het gul weg, omdat de liefde wederzijds was, maar er waren ook dagen dat het moeizaam ging, omdat ik me verplicht voelde om iets aardigs te zeggen tegen iemand, aan wie ik helemaal niet vaak dacht. En ik had momenten, dat het moeilijk was. Ingewikkeld om de liefde van een ander toe te laten in mijn eigen hart.

Want bij liefhebben hoort rouwen. Voelen dat je iemand mist, aan wie je liefde gaf.

En bij rouwen hoort hechten. Verbinden met iets of iemand, op basis van vertrouwen. En vertrouwen is liefhebben. In liefde de ander laten merken: jij bent het waard om mijn vertrouwen te ontvangen.

Soms gedraag ik me afstandelijk, ten opzichte van hen die het dichtst bij mij staan. Soms klinken mijn woorden cynisch, om zo afstand te creëren en mijn hart wat dicht te schroeven. Regelmatig klink ik bang, om in kwetsbaarheid mezelf te verbinden.

Omdat ik diep vanbinnen weet hoe erg het is om te verliezen.

Maar in februari leerde ik: liefde wint het van verlies. Liefde gaat door, daar waar verlies stopt. Liefde zorgt ervoor dat je – met je hart open – verliezen durft.

Wie doet er mee om maart uit te roepen tot de ‘maand van de liefde’? Omdat we elke dag liefde nodig hebben; acceptatie van onszelf, genegenheid van familieleden, erkenning van vrienden. Zomaar… zodat ik nog de tijd heb om te filosoferen en te schrijven over liefde.

Ik oefen door, om met volle overgave mijn leven – en iedereen die daarbij hoorde en hoort – lief te hebben.