Rouwen betekent als werkwoord letterlijk ‘droefheid voelen’. Deze betekenis laat dus in het midden waarover jij je verdrietig en neerslachtig kunt voelen. Het gevolg kan zijn dat jij je als een schildpad gaat gedragen.

Als we het hebben over verlies of rouwen dan hebben we het vaak over de volgende situaties:

Dood
De meest bekende vorm van verlies is wanneer iemand in jouw omgeving sterft. Je rouwt om wie je mist. Geen glimlach meer, geen boze woorden, geen aanraking. Niets. Je bent iemand verloren aan de duisternis van de leegte.

Scheiding
Dat wat ‘normaal’ was, wordt opeens anders. Niet meer één huis, één gezin; maar twee huizen, twee delen van een gezin. Als je vader of moeder verhuist naar een nieuwe plek; krijg jij ook een nieuwe plek, een nieuw thuis waar jij je veilig moet gaan leren voelen.

Pesten
Pesten is een vorm van agressie, waarbij de macht ongelijk verdeeld is. We praten over pesten wanneer één of meerder personen jou telkens lichamelijk of met woorden probeert te treiteren. Je verliest de veiligheid in je klas en omgeving. Misschien wordt je onzeker over wie je bent doordat ze je altijd maar uitschelden. Dan verlies je jouw eigen zekerheid.

Adoptie/pleeggezin
Als iemand geadopteerd wordt, komt iemand vaak uit een ander land. Op dat moment verliest diegene een heel land, familie in de buurt of bepaalde gewoonten die bij een cultuur horen. Wanneer iemand vanuit Nederland in een pleeggezin terecht komt, verliest ook deze persoon een vorm van veiligheid. Je bent uit je eigen gezin gehaald, omdat daar niet goed genoeg voor je gezorgd kon worden. Je verliest vertrouwen; waar mag je wel voor altijd blijven?

(Chronische) ziekte
Ook ziekte is een vorm van verlies. Je verliest letterlijk kracht in lichaamsdelen of je bent door een ziekte chronisch vermoeid. Dan kunnen de dagen een gevecht zijn om door te komen. Op überhaupt een dag te beginnen.

Waar ben ik veilig?
Al deze vormen van verlies hebben vaak gemeen dat er binnen in je lijf veel onrust en vragen zijn. Verwarring. Waarom overkomt mij deze ziekte? Ben ik schuldig aan de scheiding van mijn ouders? Blijven mijn beide ouders nog wel van mij houden? Waarom moeten mijn leeftijdsgenoten altijd mij hebben met hun vuile woorden? Ben ik minder waard dan zij? Waar hoor ik thuis nu ik in een ander huis woon? Mag ik hier altijd blijven? Waar ben ik veilig? Bij wie ben ik veilig?

Als een schildpad
Een logisch gevolg kan zijn dat je jezelf terug gaat trekken. Als je alleen bent, kun je ook niet gekwetst, afgewezen of onbegrepen worden. Daarom sta je jezelf alleen toe om te ‘voelen’ als je alleen thuis bent. Buiten, tussen de mensen, gebruik je jouw vrolijkheid en positiviteit als masker.

Dit gedrag is vergelijkbaar met het gedrag van een schildpad. Een schildpad trekt zich terug onder zijn schild als er gevaar op hem afkomt. Zijn schild is tegelijkertijd zijn bescherming. Zo kun je redeneren tijdens het doormaken van intens verdriet: de mensen mogen mijn schild zien, maar aan mijn binnenkant komen ze niet.

Met al die verwarrende vragen, met al dat kwetsbare voelen, onder je schild  ben je heel normaal. Het voelen is zó intens, dat je niet alles tegelijk kunt voelen. Als het je al lukt om een stukje van de pijn bij je binnen te laten, dan ben je op je kwetsbaarst en wil je niet dat iemand jou nog meer verwondt, doordat je niet begrepen wordt.

Een twee-persoonlijkheid
Zelf was ik lang een ‘twee-persoonlijkheid’. Onder de mensen vrolijk, gezellig en een aanwezige clown. Was ik alleen thuis; dan was ik verdrietig, in paniek en ontroostbaar. Na een tijd zag ik door mijn tranen heen een aantal hele trouwe mensen staan, die lieten zien dat zij te vertrouwen waren.  Ze begrepen mijn gemis niet, maar ze wilden naast me zitten als ik verdriet had. Ze kenden niet allemaal mijn ouders, maar ze wilden luisteren als ik over hen vertelde. Ik had ze vaak gekwetst, omdat ik hen in mijn verdriet weg wilde duwen, maar ze bleven van mij houden.

Met die mensen heb ik nog steeds contact. Hen vertrouw ik steeds meer en wij vertellen nog steeds van hart tot hart over ons verlies, over onze rouw en over ons verdriet. Heel voorzichtig keek ik als een verstopt schildpad vaker en langer vanonder mijn schild. Langzaam maar zeker leerde ik dat ik veilig kan zijn in dit leven. Ondertussen weet ik – soms nog steeds hortend en stotend – hoe ik van anderen houden kan en hoe ik relaties kan onderhouden.

Wie vertrouw jij?
En dat gun ik jou ook! Dat je met jouw unieke verliessituatie, voorzichtig de wereld inkijkt. Dat je af en toe voorzichtig onder je schild vandaan kruipt, om te kijken welke mensen nog steeds in je buurt zijn. Doordat ze bij jou in de buurt zijn willen ze tegen je zeggen: ‘Ik weet dat je verdrietig bent, maar ik sta naast je. Welke kant je ook opspringt. Ik zal proberen bij je te blijven.’

Wie durf jij deze week in vertrouwen te nemen over jouw onrust, pijn of verlies? Doe het maar! Ontneem jezelf de ander niet. Je bent het waard. Leer maar dat je welkom bent, zoals je bent.

Laurina de Visser werd op haar achttiende wees. Ze schreef een boek over omgaan met verlies. Ze schrijft voor BEAM over artikelen over pijn, verlies en verdriet.