Februari was een maand waarin carnaval centraal stond. Bij uitstek de reden voor volwassenen om ‘te worden als een kind’ en verkleed de straat op te gaan. De maand waarin ook de lijdenstijd van onze Jezus begon. De periode om stil te staan bij de vraag: wat heb ik aan overdaad in mijn leven?

Niet raar dat carnaval en de vastentijd op elkaar volgen: eerst alles eruit wat je aan extremiteit in je hebt om daarna terug te kruipen in je levenscocon.

Veertig dagen de tijd om een kijkje te nemen in je eigen ziel.

Ik heb in februari de keuze gemaakt om lief te hebben. Die beslissing kwam niet zozeer op 14 februari, maar gewoon, ergens op een willekeurige dag. Soms ging dat automatisch, gaf ik het gul weg, omdat de liefde wederzijds was, maar er waren ook dagen dat het moeizaam ging, omdat ik me verplicht voelde om iets aardigs te zeggen tegen iemand, aan wie ik helemaal niet vaak dacht. En ik had momenten, dat het moeilijk was. Ingewikkeld om de liefde van een ander toe te laten in mijn eigen hart.

Want bij liefhebben hoort rouwen. Voelen dat je iemand mist, aan wie je liefde gaf.

En bij rouwen hoort hechten. Verbinden met iets of iemand, op basis van vertrouwen. En vertrouwen is liefhebben. In liefde de ander laten merken: jij bent het waard om mijn vertrouwen te ontvangen.

Soms gedraag ik me afstandelijk, ten opzichte van hen die het dichtst bij mij staan. Soms klinken mijn woorden cynisch, om zo afstand te creëren en mijn hart wat dicht te schroeven. Regelmatig klink ik bang, om in kwetsbaarheid mezelf te verbinden.

Omdat ik diep vanbinnen weet hoe erg het is om te verliezen.

Maar in februari leerde ik: liefde wint het van verlies. Liefde gaat door, daar waar verlies stopt. Liefde zorgt ervoor dat je – met je hart open – verliezen durft.

Wie doet er mee om maart uit te roepen tot de ‘maand van de liefde’? Omdat we elke dag liefde nodig hebben; acceptatie van onszelf, genegenheid van familieleden, erkenning van vrienden. Zomaar… zodat ik nog de tijd heb om te filosoferen en te schrijven over liefde.

Ik oefen door, om met volle overgave mijn leven – en iedereen die daarbij hoorde en hoort – lief te hebben.